Home

Reünie 2014

Namenlijst

In Memoriam

Foto's van toen

Locaties

Leraren

Gastenboek

Links

Laatste nieuws archief

Contact

 

facebook

Haagse scholen

Schoolbank

Share

 

Overzicht leraren

Th. Alting
staathuishoudkunde

Birnie
Frans

C.H. de Boer
geschiedenis

Bourgonjen
wiskunde

J.J. Bruggemans
scheikunde

J.L.E Doornik
Nederlands

Van Dorssen
wiskunde

D.H. Gobius du Sart
Duits

G. de Haas
directeur en geschiedenis

F. Herbschleb
scheikunde en natuurkunde

J.P. Heyligers
lichamelijke opvoeding

W. Jansen-Smit
handelswetenschappen en onderdirecteur

W.Ch.E. Koch
scheikunde

Mevr. Lotsy
Frans

C. Mooyman
Frans

J. Nagelsmit
Engels, naderhand directeur

F.J. Pronk
biologie

Randwijk
Engels

N.J. Reints
Frans

Schoenmaker
Engels

Spoek
Nederlands

P.M. Stofberg
wiskunde

J. Tijm
aardrijkskunde en geschiedenis

Tromp
Engels

P.M. Vader
natuurkunde

B. Veen
aardrijkskunde/ geografie/ kosmografie

Zandvoort
Nederlands

Van der Zee
scheikunde

J. van Zutphen
hand- en rechtlijnig tekenen


N. de Boer
conciërge

H. Lankhorst
administrateur en tafeltennislessen

L.J. Nieuwenburg
amanuensis

Dhr en mevr. Poptie
dansles

 

Leraren

De verhalen en persoonlijke herinneringen op deze pagina's zijn voor een deel samengesteld uit de inzendingen voor het Gastenboek. Heb je aanvullingen of wil je ook een bijdrage leveren aan het vastleggen van de periode 1960-1970 op het Stevin, stuur dan een mail of schrijf een stukje in het Gastenboek.

Ik kijk met veel plezier terug op deze periode om te beginnen in 1960 geschiedenis van Hr. de Haas: Fatum/noodlot etc. zo snel mogelijk, de winnaar kreeg een reep chocolade. En natuurlijk Mr. Nagelsmit, streng edoch rechtvaardig: Wat zette hij mij vaak voor joker, alleen omdat ik familie in Engeland had. Over Van Zutphen de tekenleraar, die mij vanaf het eerste moment in het lokaaltje apart zette. En nog veel meer.
Frank van Hees

Behalve Schoenmaker respecteer ik Koch (betrokken – en soms puike 'acts', inclusief zijn woede-uitbarstingen) en Van Dorssen (mild, geestig en geduldig). Verder Doornik, Herbschleb en Veen, hoewel die al trekjes hadden van de routineuze lesboer. Gisteren hoorde ik dat Doornik niet zo populair was, maar ik heb veel van hem opgestoken. Ik had ook een zwak voor Tijm: een lieve man, hoewel ik van hem verder niets heb geleerd.
Van de overige docenten heb ik niets geleerd. Ze waren voor mij allemaal, op hun best, mediocre, saaie lesboeren. En op hun slechtst vond ik het non-valeurs, of zelfs uitgesproken 'creeps', zoals Reints en geschiedenisleraar De Boer.
Van docenten die ik nooit heb gehad, zoals Mooiman en Birnie, kan ik uiteraard niets zeggen. Ook die lerares Nederlands met dat spannende strakke truitje heeft mij helaas nooit, in wat dan ook, mogen onderrichten.
Wim van Helden

De meesten die in 1960 zijn begonnen, mijn klasgenoten dus, hadden naast Mevrouw Sleutelaar voor Nederlands voor het onderwijs in de schone Franse taal de heer Hamers (bekend om zijn stopkreten Bon! Bien! of de dubbelequivalenten BonBon! en BienBien! De heer Mooyman doceerde slechts een hulpuur Frans. De leraar Biologie was de al eerder gememoreerde heer Pronk, voor de bovenbouw (zeg maar de exacte kant) was er ook nog mevrouw Hofdijk.
Hans Vos

Heel aardige en rustige man, die alles met een vleug humor oploste: Els Couprie zat eens tijdens de les in de bank volledig omgedraaid met haar achterbuur te praten, waarop hij zei: “Kijk uit hoor meisje, want zo kan je jezelf makkelijk met je vulpen in je rug prikken!”
Frans Schaasberg (1964)

Van de geschiedenisleraar de Boer kan ik mij nog herinneren dat we ergens in een lokaal zaten op de bovenste verdieping. De Boer zat met zijn tafel en stoel op een verhoging. Op een gegeven moment hebben we hem zo kwaad gemaakt dat hij de glazen asbak optilde en die daarna met een klap op de tafel liet neerkomen. Daarbij vloog de asbak uit zijn hand. De asbak zeilde daarna met een noodgang over onze hoofden. Ook dreigde hij vaak met "onder de klok gaan staan" als we weer vervelend waren. Het bleef meestal bij dreigen. Op een gegeven moment waren we het niet met hem eens en toen is een aantal van ons uit de klas opgestaan en is zelf onder de klok gaan staan om ons beklag over de Boer te doen. Weet niet meer hoe het is afgelopen.
Ronald Heemskerk

Een echte ADO-fan.
Luc van den Bogaerde
Bourgonjen was het bekende verdwaalde manneke dat verbaasd de wereld in keek en regelmatig twee verschillende sokken in die Jezus sandalen aanhad. Heb ik ook niets van geleerd. Volgens mij dateerde mijn wiskundekennis nog van Herbschleb.
Karel Brantz Bijna iedere les had hij spannende verhalen over zijn waterpolo carriere. We noemden hem door die lange witte jas ook wel eens Dokter Kildaar, naar de serie over Kildare. Heb niets bij de man opgestoken.
Karel Brantz Hij had vaak heel jolige en maar ook heel knorrig buien. In beide gevallen wist je niet wat je als onschuldige leerling overkwam!
Frans Schaasberg (1964)

"Echte humor is de lach vermengd met een traan".
Frank Bom

Van Dorssen, door hem leerde ik wiskunde bijna leuk te vinden. Een verdraagzaam man ook. Toen ik eens uit balorigheid een punaise op zijn stoel had gelegd strafte hij mij slechts met de opmerking dat dit een echte kleuterstreek was. Hij suggereerde mij ook om naar Het Grote Philips (we schrijven 1964) te gaan "want daar kon je computerprogrammeur worden". Is gelukt.
Dick Bos Uitstraling van rust.
Frans Schaasberg (1964)

Wist ik tot wanhoop te drijven door mijn aperte weigering om moeite te doen voor Duits (de oude vijand). Kreeg niet eens een 1 voor de moeite maar een dikke 0.
Dick de Gunst

"Hitler noemde zijn rijk het 1000-jarige rijk, het heeft dan ook wel 20 jaar bestaan".
Frank Bom

Een leuk stukje over directeur De Haas met een Karikatuur door oud-leerling Dick Matena.
Peter de Leeuw (1959)

In het eerste leerjaar had De Haas ons onder zijn hoede genomen en leerde ons over de Griekse mythologie en wereld. Ik hoor het hem nog zeggen: ”het eiland EU-BOE-HA”.
We moesten alle Griekse goden kennen met hun Romeinse versies.
Al pratend stond hij altijd met beide handen tegelijk onder de revers van zijn colbertjas te wrijven…een variant op Napoleon?
Peter Heidt en ik waren door hem uitverkoren (waar we dat aan te danken hadden?) om een stokoude invalide kennis van De Haas uit zijn statige herenhuis te sjouwen en daar ook nog een heel oud scheikundelaboratorium vanaf zolder uit te huizen.
Frans Schaasberg (1964)

Afschrikwekkende man.
Dick de Gunst

Onze klas 1a (1960) kreeg geschiedenisles van De Haas. Hij mocht dan een reep chocola uitloven voor degene die het snelst de Griekse goden en godinnen (+ Romeinse tegenhangers) uit zijn hoofd kon opzeggen, er ging ook een soort terreur van de man uit. Want wee je gebeente, als je ze niet uit je hoofd kende! Uit diezelfde klas is toen een jongen door hem naar huis gestuurd, omdat hij "hiëroglyfen" niet goed op het bord schreef...En ook wij kregen te horen, dat wij gingen behoren tot de 10% van de Nederlandse bevolking, die zo'n opleiding had genoten. Later, toen ik zelf voor de klas stond, hoorde ik van een collega geschiedenis, dat meneer De Haas na de oorlog een tijdlang gezuiverd was geweest. Geen kosjere man, dus..
Tonny van Dijk

Ik was die jongen, die naar huis gestuurd werd (zie boven de bijdrage van Tonny van Dijk). De Haas maakte in zijn tirade over mijn schrijffout een opmerking over mijn lengte. Ondanks mijn 13 jaar was ik al 1,90 meter en dat was al gauw zo’n 25 cm langer dan de directeur. Mijn moeder ging onmiddellijk met mee terug naar school en heeft hem op zijn opmerking over mijn lengte aangesproken. Hij ontkende en ik moest (toch) strafwerk maken. In latere jaren, toen de scores op mijn rapporten niet erg indrukwekkend waren, heeft hij daar nooit veel van gezegd. Anderen kon hij, zoals je je wellicht nog herinnert, daar bestraffend op aanspreken.
Soms komen excuses in merkwaardige vormen naar je toe.
Maarten Mulder

Al ben ik nu 87 jaar oud toch vind ik het erg leuk om de herinneringen van de latere lichtingen te lezen. Twee daarin genoemde namen herinner ik mij nog nl. de Haas, was directeur en ook toen al moest ik "onder de klok" als ik uit de klas was gestuurd. Door een strenge de Haas, met priemende ogen achter dikke brilleglazen, werd ik dan toegesproken. Verder herinner ik mij dat Nagelsmit in mijn tijd als jonge vent aantrad. Ik vond hem onsympatiek. Ik herinner me nog veel andere leraren en leerlingen, maar daarover zwijg ik maar want dat zegt jullie toch niets.
De school werd in de hongerwinter gesloten, ik was echter daarvoor al ondergedoken.
Theo Geurst

De Haas, een man om nooit te vergeten, een icoon: Klein mannetje, prachtig wit kievitskuifje, streepjeskostuum, zilveren horloge met ketting, zeer gedreven, gaf ook nog geschiedenis les in de eerste klas en liet ons deel worden van zijn passie voor de klassieke Griekse oudheid, het rijtje van de Griekse en Romeinse goden zit er nog steeds in. Ik zal ook nooit zijn kamer vergeten. Zo'n klassiek houten bureau (zal wel eiken geweest zijn, een prachtige buffetkast achter hem en, hoe kon het ook anders, een buste van Zeus. In het voorjaar en zomer op de fiets, zo'n zwarte klassieke ouderwetse met leren zadel, 's winters opgehaald door dhr. Lankhorst, onze tafeltennissende administrateur.
Peter de Ronde

Volgens mij heeft hij als jonge leraar op de Stevin als voorwaarde voor zijn aanstelling bedongen dat hij in een fris en gerenoveerd scheikundelokaal kon lesgeven, want zo nieuw zagen de lokalen er nergens anders uit, neem bijvoorbeeld het biologielokaal, dat nog het interieur had van zeker 100 jaar geleden.
Naderhand ontmoette ik hem nog eens in het auditorium van de TU Delft op een reünie van afgestudeerde ingenieurs, hijzelf was op de TU docent geworden. Hem verteld dat ik enorm genoten heb van zijn heldere manier van uitleggen en inwijden in de geheimen van schei- en natuurkunde.
De topper onder de proefjes was en stukje natrium op een bakje met water leggen, waarna de hel losbrak in geluid, rondsuizen en fel licht van grote hitte, e.e.a. voorbereid door de amanuensis Nieuwenhuis met Engelse butler kwaliteiten: op de achtergrond en dienstbaar als je hem nodig had.
Frans Schaasberg (1964) Als hij iets nadrukkelijk wilde overbrengen, stonden zijn neusvleugels onder spanning, zodanig, dat de doorbloeding eruit verdween waardoor zich lichte plekje op aftekenden.
Frans Schaasberg (1964)

Heyligers heb ik een keer een wel zeer rood hoofd (zonder wit plekje) zien krijgen toen we tijdens een uitgevallen les van hem een opstel moesten schrijven over het "nut van de gymnastiek" en ik als eerste mijn epistel bij hem inleverde. Hij werd tijdens het lezen steeds roder. Na het lezen brulde hij "heb je wel eens van onbeschoft gehoord" en toen ik daar bevestigend op antwoordde schreeuwde hij "eruit!" en ben ik naar de Haas gehold om niet te worden ingehaald door de woedende leraar gymnastiek. Uiteindelijk heb ik een paar dagen 's-morgens vroeg onder de klok moeten staan vanwege het schrijven van een beledigend opstel (ik was me van geen kwaad bewust, had alleen maar een les van Heyligers beschreven). Verder ben ik, volgens mij, een redelijk brave leerling geweest.
Peter Heidt (1964)

Hij was inderdaad van vele markten thuis, ook honkbal (softbal) mocht zich in zijn bijzondere belangstelling verheugen. Alleen....... bij deze typische zomersport zat hij op c.a. 10 m achter de thuisplaat, gezellig in het zonnetje, op een klapstoel, naar willekeur kreten als wijd en slag (voor de kenners bekend) roepende en 3 slag, 4 wijd net zo gemakkelijk wisselend met 4 slag 3 wijd, vrije loop, uit (!!!), zodat niemand er meer een touw aan kon vast knopen. Met name Victor Knippenberg (leuk dat je komt), een getalenteerd honkballer destijds en een jaar klasgenoot, bracht hij daarmee regelmatig tot wanhoop.
Peter de Ronde

Geweldige man! Elk wedstrijdje hockey moest van hem in een gelijk spel eindigen. Pracht stand, zei hij en blies af. Het heeft jaren geduurd eer ik dat begreep. Onvergetelijk ook zijn vrije slagen die hij gaf: wegens stom spel, danwel wegens zeer stom spel.
Maarten Mulder

Van Heyligers heb ik wat voetballen betreft nooit wat geleerd. Komt waarschijnlijk door dat getik met die stok op de grond. Hij zag er ook niet erg sportief uit. Trouwens in de vierde klas vroeg hij me of ik niet voor zijn clubje Quick Den Haag wilde gaan spelen. Hij kon wel regelen dat ik in het eerste zou komen. Ik moest er wel om lachen, omdat ik net een contract bij ADO had getekend en voor het Nederlands elftal 16-18 was geselecteerd. Hij liep hoofdschuddend weg over zoveel onbenul. In 2013 voetbalde de kleinzoon van mijn broer zo goed bij jawel Quick Den Haag dat hij op zijn 11 de jaar een contract bij Sparta kreeg. Wel geen echte Brantz, maar wel een van de Brantz-tak. Heeft Heijligers toch nog een beetje gelijk gekregen.
Karel Brantz

Tsjee, Heyligers, da's waar ook. Zo worden je herinneringen weer aangeboord. De sympatieke gymleraar met de stampende stok. En de vergroeide handen waaraan hij zich liet opereren en daarna weer een paar oefeningen voordeed ondanks zijn leeftijd. De moeilijkere capriolen liet hij over aan Rob Olieroock en Wim Burgler, de spierbundels van ons groepje.
Dick Bos

Ik zie hem nog een deuk rijden in zijn nieuwe Ford Anglia (die met de schuine achterruit). Het was moeilijk om die draai naar het plein te maken.
Luc van den Bogaerde

Dankzij Lankhorst en het winnen van een echt batje (nog steeds in mijn bezit) speel ik 53 jaar later nog steeds tafeltenniscompetitie. Wat je noemt dus een diepte-investering van zijn kant.
Frank Bom

Met verbazing zat ik altijd naar haar ouderwetse en tuttige haaropmaak te kijken, want ze had vlechten die ze in een plat vlak opgerold op haar oren had geplakt!
Frans Schaasberg (1964)
Hij kon altijd heel geaffecteerd een sigaret in zijn hand houden.
Frans Schaasberg (1964)

Had een oogje op de oogverblindende lerares Nederlands.
Dick de Gunst

Hij liet zich graag verleiden een actueel maatschappelijk probleem te bespreken. Dat was natuurlijk heel interessant... maar het scheelde ook een les.
Frank Bom

Hij vertrouwde ons toe, dat hij de Engelse koningin Elisabeth een koude en onaangename stem vond hebben, in tegenstelling tot die van onze toenmalige koningin Juliana.
Zijn standaardzinnetje: “Repeat the whole sentence, loud and clear”.
Frans Schaasberg (1964)

Verscheen in een DS met franse nummerplaten en een kunststofdak.
Dick de Gunst

Uiteindelijk in de 4E klas van school gestuurd i.v.m. mijn lange haar en muzikale aktiviteiten, die in de ogen van Nagelsmit geen genade konden vinden. Na de paasvakantie kon ik in de hal aan de Zuidlarenstraat gaan nadenken over de kapper en werd mij ook nog aangeboden dit op kosten van de schoolkas te laten gebeuren. Mooi niet! Dus ik kon vertrekken.
Peter de Ronde

Hij vond het blijkbaar zo zonde van het laatste druppeltje thee/koffie in het lepeltje dat hij dit tegen de rand van het kopje hield waardoor het drupje in het kopje gleed. Tot mijn schrik ontdekte ik later een keer dat ik dat ook deed.
Frank Bom

Mevrouw Poptie, gezellig klein mollig dametjes, met een enorme baljurk en goudkleurige schoentjes, geassisteerd door haar ietwat stijve echtgenoot, leerde ons de eerste danspasjes: Weense wals, Engelse wals, Foxtrot, Tango, Jive etc.
Aan het eind van het cursusjaar groot feest en demonstratiedansen in het aloude gebouw van de Haagse Dierentuin (bestaat nu niet meer, staat nu het gebouw van de Provinciale staten, vlak bij het Malieveld).
Peter de Ronde

Artikel in de Oud Hagenaar

Aan het eind van de gang, links langs de klok, vlak voor een soort opslagplaats, bevond zich het biologielokaal. we zaten er in oplopende tribune-rijen; heerlijk met ook nog een vak onder je tafel. daar kregen wij les (1960/1 klas 1a/2a) van meneer Pronk. Die achtte het nodig dat wij 80 soorten apen uit ons hoofd leerden (was dat echt zo?? hoe betrouwbaar is het geheugen?) en al die prehistorische perioden (o.a. trias/jura/krijt). Wat een manier, om alles totaal oninteressant te maken! En om mij bedreven te maken in spiekbriefjes....
Tonny van Dijk

Ik heb de man eens vreselijk beschaamd. Blijkbaar was ik aardig goed in biologie dus op het mondeling eindexamen gaf hij meteen met een weids gebaar het woord aan de examinator. De eerste vraag ging over de stikstof-stofwisseling in de knolletjes van.... (de aardappel?). Ja, kijk daar wist ik natuurlijk niets van om vervolgens bij alle volgende vragen te blokkeren. Vermoedelijk ben ik wel door Pronk "gered" want een magere zes hielp me door het eindexamen.
Frank Bom

Een in alle opzichten kleurrijke man. Hij kwam er niet echt voor uit, maar wij wisten allemaal dat hij niet op vrouwen viel. Ben met een aantal klasgenoten bij hem op visite geweest in zijn appartement, dat (en dat kan ik mij nog goed herinneren) smaakvol was ingericht.
Peter Bergman (1967) Hij legde eens uit, dat er in het Nederlands geen eigen woord bestaat voor het Franse savourer: aandachtig proeven, intens genieten, hij sprak het Nederlandse woord vervolgens langzaam en aandachtig uit: “savoureren” en daarbij verried zijn gelaat het denken aan een héél prettige ervaring!
Wat we beslist moesten weten: “opgestaan, plaatsje vergaan!” in het Frans: “qui va à la chasse, perd ça place, om er vervolgens verontwaardigd aan toe te voegen: “et quand il revient, il trouve un chien!”
Frans Schaasberg (1964) Ik kreeg Schoenmaker in 4B (1963, was dat zijn debuutjaar op de Stevin?). De enquête gaf aan dat velen, onder wie ik, hem hoog achten als leraar. Bij mij werkt de invloed van zijn literatuurlessen in ieder geval nog altijd door in mijn leven, in positieve zin. Dit is, denk ik, precies waar een betrokken leraar het voor doet. Ik wil daarom de heer Schoenmaker, en met hem alle andere goede en toegewijde leraren op de wereld, graag mijn respect en erkentelijkheid betuigen.
Wim van Helden

En dan Schoenmaker, de Engelse leraar na Nagelsmit. Best wel herinneringen aan een opvallende man, zoals deze: hij kwam eens pontificaal met een grammofoon en een dubbel-LP aanzetten. Niet voor muziek, al hield hij daar best van. Het was Julius Caesar, met de stem van Richard Burton (die we in de film met Liz Taylor gezien hadden). Zijn manier om ons snel en doeltreffend te laten kennismaken met Shakespeare. Wie zich dat herinnert - hoeft niet de inhoud hoor, die ging toen grotendeels aan ieder voorbij - hoort een vervolg.
Wim Schul

Rookte als een schoorsteen en stak een naald in het einde van zijn peukje om zo (zonder zijn lippen te branden) van de hele sigaret te "genieten". Hij praatte met consumptie en had de gewoonte om zo af en toe een gekookt eitje in de klas te eten. Wij wisten zo'n beetje op welke dag dat was. De eerste rij vooraan was dan altijd onbezet.
Peter Bergman
Onder deze leraar pas goed wiskunde geleerd.
Naderhand had ik hem tijdens de propaedeuse als wiskundedocent op de TU Delft, later bleek dat je die moeilijke wiskunde als bouwkundestudent helemaal niet nodig had…
Frans Schaasberg (1964) Tijm, de zachtheid zelve. Als de klas het al te bont maakte (er was vaak ruimte voor onderling gekwek) reageerde hij met de zalvende woorden "hè toe nou jongens, blijf er even bij" of iets van die strekking.
Dick Bos Onze leraar Engels in de eerste leerjaren, heel aardige en blije man die niet veel overwicht had op de klasgenoten….. en als het uit de hand liep met propjes en onderling praten zelfs dan nog aardig bleef…. Vertelde dat hij te voet naar school kwam omdat dat gezond was voor lichaam en geest.
Frans Schaasberg (1964)

Wie ik niet snel vergeet is Tromp (Engels). Ik had hem de twee jaar in 2C (1960-’62). Wat hebben we die man murw gebeukt met gekeet, gerotzooi, gekrijs & geschreeuw. Een permanente kolereherrie heerste in de klas. Tromp kwam er ook met stemverheffing niet bovenuit. Vanaf de voorste bank, vlak voor zijn tafel, zag ik in close-up de wanhoop en het verdriet op zijn gezicht, de tranen in zijn ogen.En toch stónd hij er iedere volgende ochtend weer, de dappere man. Vriendelijk en monter, een milde glimlach. Vol goede moed om het beste te maken van de nieuwe dag, en van de nieuwe confrontaties met de meedogenloos brullende monsters die wij konden zijn.Het is met respect en ontzag dat ik aan hem terugdenk. Weet iemand wat er van hem is geworden?
Wim van Helden

Aardige, oude, broze man (75?), die bij ons af en toe inviel voor Herbschleb en met wat humor doorspekt de natuurkunde uitlegde.
Frans Schaasberg (1964) Heel vriendelijke man, die in alle rust de leerstof overbracht. Als ik me niet vergis, kregen we ook vrijwillig bijbelkennis van hem. Staat me bij: “Tittel noch jota” (lettertje noch puntje) en de “jat”, het tijdens het lezen van de schrift wijzende kunstvingertje.
Frans Schaasberg (1964) Van die man en dat vak had niemand last, je kon lekker aquarelleren en dan kreeg je hier en daar welwillende suggesties om het beter te maken.
Frans Schaasberg (1964)

Van Zutphen was inderdaad een aardige man. Ik herinner me dat ik samen met Theo van de Voorde in de zomervakantie in zijn nieuwe huis in de Celebesstraat heb staan verven.
Peter Heidt (1964)

Aardige man die wel inzag dat ik totaal geen tekentalent had. Met het afwassen van de verfpotten en 1 tekening per kwartaal als tegenprestatie kreeg ik toch altijd een 6-.
Frank Bom

Heel aardige en goede docente. Ik herinner me van haar: petrischaaltjes, de snelle voortplanting van fruitvliegjes, de eilandjes van Langerhans. Les in het biologielokaal met zware houten banken in amfitheateropstelling, daar achter een gangetje en hoge vitrinekasten met beesten en lichaamsdelen op sterk water in glazen cilinders. Voorin het lokaal een opgezet geraamte.
Frans Schaasberg (1964)

Die aardige biologielerares kan ik zo voor me halen maar haar naam komt niet boven. Misschien heeft zij eraan bijgedragen dat ik na mijn militaire dienst biologie ben gaan studeren.
Peter Heidt (1964)